“Hoe heette tante Ans het melkvrouwtje ook alweer?” was de vraag die ik in mijn jonge jaren meerdere malen heb horen stellen door mijn moeder of een van haar broers, waarop een van de andere twee prompt – en niet zonder trots want nog steeds niet vergeten – uitriep: “Keereweer…” Deze en andere vragen en raadsels hoorde je vroeger vaker als familie elkaar weer eens tegenkwam op verjaardagen en andere festiviteiten. Ik vond het altijd amusant, dit op de proef stellen van elkaars geheugen, en doe er inmiddels ook aan mee omdat ik er de leeftijd voor heb, maar meer deed het me niet. Wat moest ik immers met dat melkvrouwtje uit een grijs verleden?
Nu ben ik jaren geleden op zoek gegaan naar gegevens over tante Ida, die in de jaren zestig een eind aan haar leven maakte. Ik was nog klein maar het had indruk gemaakt. Ik speelde in het mooie trappenhuis aan de Zwartjanstraat waar oma Annie woonde, toen ik iets zwaars in de brievenbus hoorde vallen. Het bleek een pakketje van tante Ida te zijn, met wat sieraadjes en zegelboekjes en een briefje erbij, dat luidde: “Als je me niet meer ziet, dan leef ik niet meer.”
Ik had haar maar een paar keer gezien, onder andere een keer dat zij samen met oma een avondje op ons paste in de Groshansstraat, toen pa en ma een keer uit waren. Een in het zwart gekleed, somber vrouwtje, zo ligt ze me bij, een beetje Edith Piaf-achtig.
Ik weet niet eens of zij echt familie was dan wel een vriendin van oma, in welk laatste geval ieder onderzoek naar haar zou doodlopen, want iedereen die haar gekend had in mijn familie was inmiddels dood. Alleen oom Goof was er toen nog, maar die wist het ook niet.
De enige Ida in de familie die ik tegenkwam bij onderzoek in de burgerlijke stand was getrouwd geweest met Wilhelmus Wessels, een broer van mijn opa Fridus. Zij bleek in 1962 overleden te zijn, hoe of waar heb ik niet kunnen vinden, maar dat jaartal kon goed kloppen. En haar achternaam: Keereweer. Was dat toeval? Het melkvrouwtje kon zij niet zijn – die heette immers geen Ida… Maar was zij de “tante Ida” die ik gekend had en die zichzelf van het leven had beroofd? Wat mij namelijk verwarde, was het feit dat haar man Wilhemus Wessels nog leefde in 1962 en pas drie jaar later overleed. Woonde hij misschien apart, was hij ziek, was er wat anders aan de hand dat de wanhoopsdaad van Ida kon verklaren? Ik kan me niet herinneren ooit gemerkt of gehoord te hebben, dat “mijn” tante Ida nog een man had. Hopelijk kom ik er eens achter.

De dame in het wit werd door oom Goof herkend als tante Ans het melkvrouwtje. Zij wordt hier geflankeerd door het echtpaar Otten-van Es, mijn overgrootouders
Terug naar het melkvrouwtje. Ik heb van mijn moeder twee fotoalbums geërfd die van opa en oma Otten zijn geweest, haar grootouders van moeders kant. Gisteren had ik reden om daar weer eens in te kijken en kwam bij toeveel een fotootje tegen, waar mijn oom Goof (ik had hem en mijn moeder eens gevraagd op te schrijven wie op de foto’s zij zich konden herinneren, nu zij er nog waren) een briefje bij had gedaan waarop hij Ans Keereweer had herkend, die een melkwinkel in de Boomgaardstraat had gehad. Die straatnaam, dat was nieuwe informatie voor mij, die me ertoe bracht om in een oud adresboek van Rotterdam te kijken, dat van 1939 – het recentste dat ik online kon vinden. Daar bleek toen op nummer 39a gewoond te hebben de weduwe J.J. Keereweer-van Vliet. Die ontdekking bracht me terug naar de burgerlijke stand. Het bleek hier te gaan om Johanna Jacoba van Vliet, weduwe van Salomon Keereweer. En temeer omdat Salomon een broer bleek te zijn geweest van Ida Keereweer kunnen we er wel van uitgaan, dat met tante Ans het melkvrouwtje de weduwe Keereweer-van Vliet werd bedoeld, schoonzuster van mijn moeders oom Wilhelmus Wessels en van haar tante Ida.
Hiermee is de vraag, of Ida Keereweer de tante Ida is, die zelfmoord pleegde in de vroege jaren zestig van de vorige eeuw weliswaar niet beantwoord, maar omdat Ida Keereweer wel een “echte” tante was van mijn moeder (immers aangetrouwd aan haar oom), ligt dat wel voor de hand. Waarom zou je immers iemand anders (zoals een vriendin van je moeder) gewoon, en zonder toevoeging, ‘tante Ida’ noemen, terwijl je een echte ‘tante Ida’ hebt?
Wordt hopelijk vervolgd.